Wed-STRIJD

Iedere twee weken zijn wij, mijn zus en ik, afwisselend een dag bij mijn ouders (83 en 84 jaar). Dat doen we al een aantal jaren en ik vind het fijn om er die dag voor hen te zijn. Gisteren was ik er en ben ik ’s middags met mijn vader naar een museum geweest: het Henriette Polak museum in Zutphen. Ondanks dat we beiden voelden dat het verdrietig is dat mijn moeder niet meer mee kan, hebben we toch genoten. Voor mijn vader, naast de kunst: “Even een dagje wat anders, even er uit” en voor mij: weer dat dankbare gevoel ervaren van het mogen lopen in zo’n heerlijk gebouw, genietend van de sfeer en de kunst, het kopje koffie met iets lekkers. Ik voel me dan een bevoorrecht en gezegend mens.

’s Avonds bij de maaltijd vraagt mijn vader of ik het tv-programma “Project Rembrandt” heb gezien. Ik antwoord dat ik dit programma niet meer volg. Hij zegt: “Ik begrijp het niet. Het is toch echt iets voor jou?” Ik antwoord dat ik me niet (meer) prettig voel bij een competitie.

Vanochtend bedacht ik mij dat ik hier graag over wil schrijven. Goed zijn. Wie is beter, best? We leren het al op school. Volgens de juffrouw van de eerste klas had ik het mooiste handschrift van de klas. Ik mocht met mijn schriftje alle klassen langs om dit te laten zien en kreeg dan van de juffrouwen en meesters een stickertje. Ik was apetrots maar nu denk ik: mijn klasgenootjes werkten voor een groot deel waarschijnlijk net zo hard om hun handschrift zo goed mogelijk op papier te krijgen. Wat is dan de meerwaarde om het zo te benaderen?

Toeval? Op het moment dat ik naar boven loop voor een papier om mijn gedachten op te schrijven, zie ik iets in de brievenbus: “Inschrijfformulier Mieke Bles Kunstprijs 2022”. Mijn gedachten gaan terug in de tijd. Vier maal heb ik hier aan mee gedaan. Voor de laatste keer in 2018. Volgens de jury was ik er de laatste paar keer “net niet” bij. De laatste keer kreeg ik een eervolle vermelding. Hoe kon het toch dat ik het niet zo voelde (en het voor mij dus geen waarde had)? Nu weet ik het antwoord: Ik miste de vorm. Zoals, naast het slechts noemen van mijn naam: het naar voren roepen, feliciteren, bloemetje…Blijkbaar is dit voor mij heel belangrijk. Ook het noemen van de winnaar maar niet van de eervolle vermelding in het krantje raakte mij. Natuurlijk heb ik mij afgevraagd: Gun ik het de winnaar niet? Kan ik misschien niet tegen teleurstelling, tegen verlies? Maar ik voelde dus dat er iets diepers zat.

Ik stel mezelf een aantal vragen en merk dat ik het leuk vind me dit te verbeelden:
Hoe zou het eruit zien als we de “strijd” (die we bij een wed-strijd toch hebben!) loslaten?
Als we de 500 euro die beschikbaar is voor de winnaar verdelen onder alle deelnemers (die zich met hun werk toch maar mooi hebben durven laten zien). Hoe leuk is het als je een paar schildersdoeken of een paar zakken klei kunt kopen (bij weinig deelnemers) of een potje verf van je lievelingskleur (bij veel deelnemers).
Als we niet een expositie houden van de werken van een winnaar maar dat iedere deelnemer met zijn ingezonden werk langere tijd gezien mag worden door het publiek? Zodat we als publiek kunnen zien waar kunstenaars binnen de gemeente mee bezig zijn, wat ze graag verbeelden. Los van vergelijken en de één beter vinden dan de ander?

Ik word hier blij van. En ik realiseer me dat ik met dit schrijven in ga tegen een traditie van hoe het altijd was.
En dat dit best spannend is. Maar tegelijkertijd ook antwoord kan geven op de vraag of misschien meer mensen het voelen zoals ik.

Stiekem fantaseer ik verder dat er een hoger bedrag voor de deelnemers beschikbaar komt. En dat ze ieder twee potjes verf kunnen uitzoeken:)

 

Standaard afbeelding
Masja Verhoeven
Artikelen: 19